‘Vermóedelijk niet kankerverwekkend’
Door FRANS BOOGAARD (journalist AD)

Huisarts Karel van Bever ging undercover in de Antwerpse haven en zag waarom arbeiders snel op zijn.
Op de vraag of hij op moeilijke momenten heeft overwogen ermee te kappen, valt een lange stilte: ja dus.
,,Maar dan ging ik toch weer verder. Ik wist dat het tijdelijk was. Dat ik daarna mijn huisartsenbestaan weer kon oppakken.’’
Karel van Bever, een jonge Vlaamse dokter, lid van een groepspraktijk in Zelzate, ging vorig jaar de Duitse schrijver/journalist Günter Wallraff achterna. Negen maanden lang, van november 2006 tot juli 2007, werkte hij undercover in de Antwerpse haven. ,,In mijn praktijk komen veel arbeiders. Hun gezondheidsklachten hebben vaak te maken met leefmilieu en arbeidsomstandigheden. Om daar meer zicht op te krijgen, wilde ik dat arbeidersbestaan van nabij meemaken.’’
Van Bever belandde via een uitzendbureau bij Katoen Natie, een logistiek bedrijf en één van de grootste werkgevers in Antwerpen. Van Bever: ,,Precies wat ik wilde. Günter Wallraff zocht de extremen op, wilde misstanden aan de kaak stellen. Ik wilde juist een groot, representatief bedrijf. Ik was niet uit op misstanden.’’
Uit medische literatuur, zegt Van Bever, is bekend dat laagopgeleide arbeiders gemiddeld veel sneller zijn ‘versleten’ dan hoger opgeleiden met een kantoorbaan. ,,Pak twee jonge mannen van 25. De arbeider krijgt na 25 jaar al gezondheidsklachten. Hij moet dan nog vijftien jaar werken en profiteert niet echt meer van zijn pensioen. De andere krijgt pas na vÃjftig jaar klachten. Hij werkt rustig door en geniet daarna nog probleemloos van zijn tien eerste pensioenjaren.’’
Bij Katoen Natie zag Van Bever hoe dat komt. De stress en concurrentie tussen werknemers onderling zijn moordend, de bescherming tegen gevaarlijke producten vaak niet afdoende. Ook regent het bedrijfsongevallen. Van Bever: ,,Interimkrachten zoals ik was, draaien rustig dubbele diensten om een vast contract te verdienen. Dat betekent: van zes tot tien continu doorwerken. Wettelijke bepalingen worden omzeild door de interims op twéé contracten te zetten. De vaste kracht voelt zich onder druk gezet en draait óók dubbele shifts. En vakbonden krijgen geen poot aan de grond. Door het bedrijf op te delen in eenheden van maximaal 49 arbeiders, is er zelfs geen ondernemingsraad nodig.’’
Van Bever moest bij Katoen Natie polymeerkorrels ‘ompakken’, door ze met grote trechters over kleinere verpakkingen te verdelen. ,,Saai en geestdodend werk. Bovendien is dat poeder heel fijn, je staat meteen in een stofwolk. Beschermkapjes houden lang niet alles tegen.’’ Zelf kreeg hij rugklachten, eczeem en tennisellebogen, maar veel klachten, weet hij als arts, manifesteren zich pas veel later. ,,Op producten stond: vermóedelijk niet kankerverwekkend. Maar dan nog: de blootstellingswaarden zijn berekend op acht uur per dag, niet op dubbele shifts.’’
Hij maakte ook een zwaar ongeval mee. Een collega die net zijn plaats had ingenomen, kreeg de losgeschoten vork van een vorkheftruck op zijn hoofd. ,,Ik riep meteen: ‘niet aankomen’, want iemand met een halstrauma kan bij de minste beweging verlamd raken. Later kreeg ik complimenten voor mijn optreden. Ik zei maar dat ik een EHBO-diploma had. Maar dan denk je: dat had ik ook zelf kunnen zijn.’’
Hoewel hij geen aanwijzingen zegt te hebben voor discriminatie, viel hem op dat bijna alle vaste contracten voor Belgen waren, de tijdelijke voor Turken en Marokkanen. De meeste arbeiders waren jong, vrijgezel of gescheiden. ,,Dit werk combineren met een gezinsleven is moeilijk. Gelukkig was mijn vriendin, toen zwanger, geduldig.’’
Van Bever werkt nu weer in zijn groepspraktijk van ‘Geneeskunde voor het volk’. Met vijf collega’s, gelieerd aan de linkse Partij van de Arbeid, waakt hij over de gezondheid van duizenden arbeidersgezinnen in de vervuilde Gentse Kanaalzone. Anders dan traditionele artsen hebben ze geen prestatieloon. De ziekenfondsen betalen een bedrag per patiënt, zij garanderen de zorg. Van Bever werkt er uit idealisme, maar waarschuwt zijn op schrift gestelde dagboekervaringen niet als politiek pamflet te zien. Toch heeft zijn werk bij Katoen Natie hem veranderd. ,,Een arbeider geeft echt alles. Mijn engagement om voor hen klaar te staan is er alleen maar groter op geworden.’’
Dokter in overall, uitgeverij Epo.